Sector Varkens

Darmgezondheid stimuleren dankzij doordacht gebruik van eiwit

In de kritische periode rondom spenen, is het belangrijk om alle veranderingen zo geleidelijk mogelijk te maken voor de biggen. Dit geldt ook voor het eiwit in het biggenvoeder, zowel op het gebied van gehaltes als qua bronnen.

Wereldwijd groeit de aandacht voor antibioticareductie in biggenopfok. Zo is colistine in China al uit de varkenshouderij gebannen, en wordt zinkoxide in de hele EU verboden vanaf 2022. Ook In Brazilië werd recent beslist om het gebruik van verschillende groeibevorderaars te verbieden.

Om met deze uitdagingen om te gaan, is een brede aanpak noodzakelijk. Een van de belangrijkste elementen om een goede darmgezondheid te creëren, is het maken van de juiste nutritionele keuzes. Het eiwitgebruik en eiwitvertering vergt hierbij specifieke aandacht.

Een gezonde darm

Darmgezondheid is het resultaat van een kwetsbare interactie tussen de big, de darmflora en de omgeving. Iedere verandering in deze gevoelige relatie leidt tot een verstoring van de darmwerking en gezondheidsproblemen. Rondom spenen zijn veranderingen en stress onvermijdbaar, zoals bv. rangordegevechten, een nieuwe omgeving, de overgang van zeugenmelk naar een plantaardig dieet. Zeker bij jonge dieren is de darmflora nog niet volledig ontwikkeld en zeer kwetsbaar en is ook de enzymproductie voor spenen nog laag. Hoe vroeger biggen gespeend worden (bv. op 21 dagen leeftijd), hoe gevoeliger deze zijn voor een verstoorde darmgezondheid en speendiarree.

Eiwit speelt een enorm belangrijke rol om dit precair evenwicht in stand te houden. Onverteerd (plantaardig) eiwit resulteert immers snel in bacteriële eiwitfermentatie en woekering van pathogenen.

GrondstofABC-4 (mEq/kg)
Tarwe108
Mais111
Gerst113
Sojaschroot642
Volvette sojabonen480
Bietenpulp191
Weipoeder434
Krijt12.932
Calciumformiaat3.983
Melkzuur-5.079
Fumaarzuur-10.862
Zinkoxide16.321
Table 1 – Zuurbindende waarde van een aantal grondstoffen.

Vermijd onverteerd eiwit

Het nadeel van fermentatie van eiwit in de dikke darm is dat dit leidt tot de vorming van mono- en poly-amines, ammoniak, waterstofsulfide, fenolen en indolen. Deze toxische bestanddelen bedreigen de darmintegriteit, wat leidt tot inflammatie van de darm. Zeker voor biggen is deze eiwitfermentatie nefast, geziende darmgezondheid al zeer sterk onder druk staat rondom het spenen. Het voorkomen van eiwitfermentatie is dan ook essentieel en wordt beïnvloedt door heel wat factoren:

  • Als de maag onvoldoende aangezuurd wordt, bemoeilijkt dit de eiwitvertering verderop in de darm, wat leidt tot bacteriële eiwitfermentatie. Daarom is aandacht voor de zuurbindende waarde van biggenvoeders essentieel. Voeder met een hoge zuurbindende waarde, zal in de maag een bufferende werking hebben, en de pH verhogen (zie tabel 1). Dit dient te worden vermeden, aangezien een te hoge pH zorgt voor het minder afdoden van bacteriën in de maag, maar anderzijds ook de eiwitvertering bemoeilijkt. Het toevoegen van de juiste organische zuren in voeder of drinkwater, kan biggen helpen om de maag pH te verlagen.
  • De aanzuring van de maag kan ook gestimuleerd worden door te zorgen voor een hogere retentietijd van het voeder in de maag. Een aantal grondstoffen zoals ontsloten granen of vezelbronnen spelen hierin een essentiële rol.

In de dunne darm zijn proteasen als trypsine en chymotrypsine essentieel om ervoor te zorgen dat er geen onverteerd eiwit in de dikke darm terechtkomt. Gezien deze beide enzymen beperkt aangemaakt worden door biggen, zeker na spenen dienen eventuele protease inhibitoren in grondstoffen en voeder beperkt te worden.

Als onverteerd eiwit in de dikke darm terechtkomt, kunnen er twee dingen gebeuren. Ofwel wordt het ingebouwd in bacterieel eiwit, en wordt het dan uitgescheiden via de mest. Ofwel – en dat is wat er vaak gebeurd – wordt onverteerd eiwit door bacteriën gefermenteerd voor energie. Door de biggen te voorzien van een fermenteerbare vezelbron, wordt deze gebruikt door de darmbacteriën als energiebron, waardoor eiwitfermentatie vermeden wordt.

Growing soybeans on a soy plantation. Photo: Shutterstock

Invloed van (soja)eiwitkwaliteit

De keuze van de correcte eiwitbronnen is uitermate belangrijk om eiwitfermentatie te voorkomen. Veelgebruikte eiwitbronnen in biggenvoeders zijn aardappeleiwit, vismeel, rijsteiwit, tarwegluten of melkeiwit. Deze eiwitbronnen staan bekend voor hun uitstekende verteerbaarheid. De belangrijkste eiwitbron in biggen- en varkensvoeder blijft echter soja, gezien de wereldwijde beschikbaarheid en het uitstekende aminozuurprofiel. Er zijn verschillende bronnen van soja voor biggen, gaande van duurdere producten zoals soja-eiwitconcentraat, soja-isolaat, volvette sojabonen, gefermenteerde soja en enzymatisch behandelde sojabonen tot goedkopere en de meest gebruikte bron in biggen- en varkensvoeder: sojaschroot.

Bij het gebruik van soja als eiwitbron, is het belangrijk dat deze voldoende behandeld is om de anti-nutritionele factoren (ANF’s) te verminderen. Soja bevat een heel aantal ANF’s die verschillen zowel in toxiciteit als in hittestabiliteit. Sojabonen bevatten onder andere specifieke protease-inhibitoren, stoffen die ervoor zorgen dat proteasen minder functioneren. Het gehalte trypsine inhibitor activiteit wordt gebruikt als maat voor dit gehalte aan protease-inhibitoren.

Anti-nutriotionele factoren in sojaproducten
– Anti-nutritionele factoren
– Trypsine inhibitoren
– Lectinen
– Antigenen
– Complexe koolhydraten
Table 2 – Anti-nutriotionele factoren in sojaproducten

Correcte verhitting

Door een correcte verhitting toe te passen tijdens de productie van sojaproducten, kunnen trypsine inhibitoren gereduceerd worden tot accepteerbare niveaus zodat ze de eiwitvertering niet storen. Naast deze trypsine inhibitoren bevatten sojabonen echter ook andere anti nutritionele factoren zoals lectinen, antigenen of complexe koolhydraten (tabel 2). Afhankelijk van de soort behandeling van de soja, kunnen deze al dan niet gereduceerd worden. Een hoogwaardig bewerkt product is het soja-eiwitconcentraat waarbij naast reductie van antigenen en oligosachariden gereduceerd worden door een alcoholextractie uit te voeren. Dit proces geeft een product met een hoog eiwitgehalte, een laag gehalte anti nutritionele factoren, wat ideaal geschikt is voor biggenvoeding en jongdiervoeding in het algemeen.

Een neveneffect van deze hittebehandelingen echter is dat dit mogelijk de eiwitstructuren beïnvloedt, en een Maillard reactie veroorzaakt. Deze chemische binding tussen reducerende suikers en aminozuren, zorgt ervoor dat het lysine in de soja niet meer beschikbaar wordt voor de biggen. Door het meten van het gehalte reactief lysine, kan bepaald worden hoeveel lysine nog beschikbaar is voor de biggen.

Gestandaardiseerde ileale verteerbaarheid

De gestandaardiseerde ileale verteerbaarheid (SID) voor eiwit en aminozuren van sojaproducten zijn te raadplegen in verschillende databases voor grondstoffen. Deze verteerbaarheden worden gebruikt voor varkens van alle leeftijdscategorieën. Net daar sluipt het gevaar, deze verteerbaarheden worden bepaald bij volwassen varkens, deze hebben een groter enzyme producerend en verteringsvermogen en zijn minder gevoelig voor de anti-nutritionele factoren.

Voor de meeste eiwitbronnen is er zeer weinig informatie beschikbaar over de SID waarde voor ruw eiwit en aminozuren bij biggen. Op sojaschroot is hierover echter meer onderzoek gedaan. Onderzoek heeft aangetoond dat de SID verteerbaarheden voor vleesvarkens niet zomaar gebruikt kunnen worden voor biggen, omdat deze verteerbaarheden de werkelijke vertering overschatten.

Daarnaast wordt sojaschroot op grote schaal wereldwijd geproduceerd, wat zorgt voor een sterke variatie op inhouden. Hoewel alles meer en meer gestandaardiseerd wordt, wees Duits onderzoek in 2012 erop dat verschillende bronnen sojaschroot een sterk verschillende verteerbaarheid hadden bij vroeg gespeende biggen (17 dagen, 5,6 kg gemiddeld).

Gemiddeld (6 batches per origine bemonsterd) werd een variatie in SID verteerbaarheid tussen de 77% en de 80% waargenomen. Deze onderzoeken bevestigden ook dat de verteerbaarheid van eiwit en aminozuren varieert volgens de leeftijd van de biggen.

Invloed van eiwitgehalte

De juiste eiwitkwaliteit is belangrijk, maar de juiste hoeveelheid is net zo belangrijk. Verschillende onderzoeken tonen een verband aan tussen een overmaat aan eiwit en dysbiose en diarree. Te veel eiwit kan leiden tot een hoger aanbod onverteerd eiwit, wat de keuze voor goed verteerbare eiwitbronnen nog belangrijker maakt. Een overmaat aan eiwit zorgt er immers voor dat dominante eiwitfermenteerders zoals E. Coli of Clostridium de overhand krijgen, wat kan leiden tot speendiarree.

Daarom is een lager eiwitgehalte een vaak gebruikte oplossing om eiwitfermentatie tegen te gaan en darmgezondheid te bevorderen. Recent onderzoek door Dr.Martin Nyachoti en anderen aan de Universiteit van Manitoba in Canada, toonde aan dat lagere eiwitgehaltes in speenvoer leidden tot minder toxische metabolieten. Natuurlijk blijft het hierbij van belang om ervoor te zorgen dat deze lagere eiwitgehaltes geen negatieve invloed hebben op de groeiprestaties.

Algemeen kunnen we stellen dat zowel de kwaliteit als de hoeveelheid eiwit enorm belangrijk zijn, zeker als we biggen antibioticavrij willen gaan groot brengen. Een correcte formulatie, een goede evaluatie van de verteerbaarheid en een correcte behandeling van de eiwitbronnen zijn hierbij van groot belang.

Uw Earlyfeed expert
Bart Matton
Nutrition technologist

We geven deze contactpersoon op in functie van uw browselocatie. U kunt hier uiteraard ook onze andere contactpersonen en locaties raadplegen.

Wilt u vanaf het begin de touwtjes goed in handen hebben?

Een goede opfokstrategie in een vroeg stadium van de productiecyclus loont op lange termijn.
Laten we samen de jongste dieren al het nodige geven zodat ze later in het leven goed presteren.